Als het lopen zou gaan om het verzamelen van spullen, dan zou ik inmiddels een echte loper zijn. Tenslotte besteed ik het grootste deel van mijn salaris aan speciale hardloopshirtjes en ga ik tegenwoordig met een extra koffer op vakantie — voor al de hardloopschoenen die ik nodig zou kunnen hebben op onbekend terrein. En dat is nog niet alles: Op de zolder staat een spinning bike. Die is op internet goed bevonden voor cross-training. Wat mij betreft, doet hij het vooral uitstekend als klerenhanger voor die speciale shirts. In de keuken gaat het verder. In plaats van lekkere toetjes, is de la gevuld met gelletjes. Ook al lijken de ingrediënten 99% op die van marshmallows, zijn ze helaas helemaal niet lekker, maar daarvoor wel 20 keer zo duur.
Net als echte lopers, heb ik een horloge van het juiste merk. Het laat andere lopers subtiel maar duidelijk weten: Ik ben een van jullie, we zijn uit hetzelfde hout gesneden. Natuurlijk toont dit horloge niet gewoon de tijd - nee, het meet mijn hartslagvariabiliteit. En het lijkt te werken. Geregeld zien mensen het horloge en vragen ze om de tijd: Nee, ze willen niet weten hoe laat het is. Ze willen weten: hoe snel is mijn snelste tijd (“Op de 5? Op de 10? Oha, je hebt ook al een keertje verder gelopen dan 10? Goed bezig zeg!”).
Met die vraag leggen ze hun vinger op de zere plek. Ik loop de 5 niet binnen 30 minuten en de 10 niet in een uur. Een echte loper daarentegen loopt minimaal 10 km/h. Dat hoor ik van kennissen, collega’s en vrienden, ongeacht of ze zelf lopen. En erger nog: een stem in mijn hoofd schreeuwt dat ook. Maar zelfs met de juiste schoenen (Carbon!) en voeding (Maurten!) hou ik dit tempo helaas maximaal 2 minuten vol. Tot ik de 5k in 30 minuten kraak, loop ik dus niet hard, maar aan achter mijn doelen. Ook al weet ik dat dit onzin is voelt het toch zo: echt bij hoor je pas dan.
Tijdens het lopen kan ik er uren over malen (lange stukken lopen lukt dus wel!): Misschien is mijn traag tempo de reden dat de lopers die ik op pad tegenkom niet terug groeten? Hebben ze door dat ik me maar verkleed? Dat zij lopen en ik acteer? Dat ik alleen maar doe alsof en in plaats van hardlopen, hun bewegingen imiteer, net te traag, en net niet graag genoeg?
Het begint te regenen in het bos. Ik spring met plezier in de plassen, verzamel modder op mijn schoenen, stap mis en glijd onhandig naar de grond. Broek vies, shirt vies, en het gelletje ligt in de prut. Maar het kan me allemaal niet schelen. Wat maakt het uit, de bruine spatten, de natte haren die plakken op mijn rood hoofd. Het doet er niet aan toe hoe snel of traag ik ga - als het maar lukt om alle plassen goed te raken en te springen over elk stukje hout. Zo loop ik vrolijk door - mijn blik gericht naar binnen, en natuurlijk op de grond. Pas kilometers later dringt het binnen: ik ben twee lopers tegengekomen. Een was helemaal gekleed in geel, de ander ging lopen met zijn hond. De eerste zei “hoi”, en de tweede knikte vriendelijk. Ik heb hun helemaal niet gegroet.