Als je net 9,7 km hebt afgelegd en je goed kapot bent omdat je veel te diep bent gegaan, wat doe je dan liever: stoppen of doorgaan tot je 10 km hebt gehaald? Er zijn vermoedelijk hardlopers die meteen zouden willen stoppen. Maar ik moet echt wel doorgaan tot mijn horloge eindelijk de tien laat zien.

Dit gedrag is misschien een beetje gek. Maar mijn zwakte voor mooie getallen heeft heus wel voordelen. Ik hoef die laatste meters namelijk helemaal niet op eigen kracht te lopen. In plaats daarvan kan ik me verder laten sleuren door de aantrekkingskracht van mooie getallen. En het beste is dat je — door meerdere getallen slim achter elkaar te rijgen — heel lang kunt profiteren van die kracht. Na 57 minuten hardlopen is het toch wel fijn om dat uurtje vol te maken. En als je dat hebt volbracht, lonkt dus die 10 op je horloge. En dan zit je wellicht al in de buurt van die 300 hoogtemeters. En dan, nou ja, je begrijpt het principe wel. Heel fijn dus voor mensen die — zoals ik — maar over een beperkte hoeveelheid wilskracht en energie beschikken.

Dat leunen op aantrekkelijke getallen is dan ook slechts één voorbeeld van een algemener fenomeen: ik ben stiekem nogal lui, en probeer daarom altijd vanaf stap één mijn benen te sparen.

Mijn favoriete kracht is de kracht van de glimlach. Door met een lach op je gezicht te lopen, kan je met minder moeite dezelfde prestatie leveren. Dit is inmiddels wetenschappelijk onderzocht en wordt regelmatig op internet besproken. Maar als ik naar de gespannen gezichten van mijn medelopers kijk, is dit besef nog steeds niet tot hun mondhoeken doorgedrongen. Daar breng ik dus verandering in. Want glimlachen is besmettelijk. Bijna elke hardloper die je met een glimlach groet, begint zelf ook te lachen. En daardoor loopt ie — daar ben ik van overtuigd — meteen ook wat soepeler verder.

Verder maak ik graag gebruik van de kracht die vrijkomt door andere taken juist niet te doen. Dit werkt het beste als het gaat om heel vervelende taken, zoals het bijwerken van je administratie. Hoe werkt dat dan? Laat me dit illustreren met een verhaaltje over hardloopspullen: stel je voor dat je nieuwe schoenen koopt, omdat ze afgeprijsd zijn. In plaats van de gebruikelijke 180 euro staan ze nu voor 150 euro te koop. Dit aanbod kan je natuurlijk niet laten liggen. En als je hebt betaald, voelt het gelukkig niet alsof je 150 euro hebt besteed, maar alsof je 30 euro hebt bespaard. En van die 30 euro koop je dus nog een mooi hardloopshirt. Uiteindelijk heb je het gevoel dat je helemaal geen geld hebt uitgegeven, en toch kom je thuis met nieuwe spullen. Zo gaat het dus bij mij met hardlopen. Ik loop dan 150 minuten, maar omdat ik in ieder geval geen 180 minuten aan mijn administratie heb hoeven besteden, heb ik het gevoel dat ik wat tijd (30 minuten!) en heel veel energie heb bespaard. Dat ik die administratie natuurlijk nooit echt zou hebben gedaan, doet er gelukkig niet toe.

Een andere kracht die ik graag inzet, is de kracht van woorden. Podcasts, liedjes, blogposts, e-mails, artikelen, poëzie. Het maakt niet uit of ik naar woorden luister, of de woorden zelf bedenk — met elk woord dat tijdens het hardlopen door mijn hoofd spookt, zetten mijn voeten weer een stap. En dan komen die 30 minuten die je bespaart door 150 minuten te hardlopen in plaats van 180 minuten administratie te doen, juist goed van pas. Want dan kom je thuis en heb je nog precies genoeg energie en tijd om aan een blogpost te beginnen. En als je dan 683 woorden hebt geschreven, kun je er natuurlijk nog even een mooi getal van maken, toch?

Dat hoop ik dan, want dit verhaal is helaas nog niet echt af. Aan al die krachten zit namelijk, zoals vaker in het leven, ook een keerzijde. Ze kunnen zich namelijk op ieder moment ook tegen je keren. Het liefst lijken ze tegen jou samen te spannen als het echt telt, bijvoorbeeld tijdens een wedstrijd of zo. Dan zijn de getallen op je horloge plotseling niet meer mooi, maar vertellen ze je dat je zo langzaam bent, dat je eigenlijk net zo goed zou kunnen stoppen. Of dat het nog zo ver is, dat je misschien beter direct zou kunnen omdraaien. Of dat je hartslag zo hoog is dat het heus wel onverantwoord is om door te gaan. Dan verandert je glimlach in een enge grijns, en je benen schieten in een kramp. Dan weegt al het werk dat je eigenlijk zou moeten doen heel zwaar op je schouders. Je voelt je niet langer blij om te lopen, maar schuldig over een berg onopgevouwen was die op je wacht. De kracht van woorden wil dan ook niet werken, want de enige woorden die nu nog door je hoofd spoken zijn “FUCK, NU STOPPEN – NEE – NU STOPPEN – NEE, FUCK – NU STOPPEN — NEE, FUCK, FUCK, FUCK”. En van al dat gevloek raken je voeten natuurlijk in de war en struikel je nog maar. En het enige wat je normaal zou helpen om te dealen met zo’n rotgevoel is lopen. Maar dat is ook geen optie, want dat is nou precies wat je op dit moment al doet. Op dat moment moet je dan toch maar overgaan op wilskracht. En als je geluk hebt, ben je er inmiddels bijna.